Wel of niet kortwieken...


Voor veel vogeleigenaren is het een dilemma: wel of niet kortwieken. In dit artikel zullen een aantal algemene voor- en nadelen van (niet) kortwieken besproken worden. De uiteindelijke beslissing zal afhangen van uw persoonlijke situatie en de individuele vogel.

 

Onder kortwieken wordt hier verstaan: het knippen van een deel van de slagpennen van beide vleugels, op een lengte waarbij de vogel nog wel kan vliegen, maar geen hoogte meer kan maken. Na de rui groeien de geknipte slagpennen weer volledig aan en is de vogel niet meer gekortwiekt.

 

Voor de fysieke en mentale ontwikkeling van een vogel is vliegen een hele belangrijke activiteit. Elke gezonde vogel kan in aanleg vliegen en zal dit vanaf een bepaalde leeftijd gaan doen. Vaardigheden als wenden, landen, hoogte maken, dalen en navigeren, moet een vogel nog wel leren. Daarnaast moet de vogel conditie en spieren opbouwen. Zoals een mens stapsgewijs leert lopen, zo moet een vogel leren vliegen. Het mag duidelijk zijn dat een vogel dit niet allemaal in een paar weken leert. Leren vliegen gaat met vallen en opstaan. Bedenk ook dat de leeftijd waarop een vogel leert vliegen de meest optimale periode is om dit te leren. Dit wordt ook wel omschreven als het moment waarop een dier “rijp” is om een bepaalde vaardigheid te leren.

 

Veel vogels die wij in de huiskamer houden en op jonge leeftijd aanschaffen, worden in de hierboven beschreven fase gekortwiekt. Een cruciale fase die later niet mee ingehaald kan worden. Op (te) jonge leeftijd wieken, kan leiden tot een onzekere vogel die, ook wanneer hij later niet meer gekortwiekt wordt, nooit meer een hele vaardige vlieger wordt. Maar ook te kort en/of onvolledig wieken, kan een vogel (blijvend) onzeker maken bij bijvoorbeeld het klimmen en klauteren of in de omgang met mensen en andere vogels.

 

Soms veroorzaakt kortwieken veerbeschadigend gedrag. De harde uiteinden die ontstaan na het kortwieken, kunnen irritant in de zij prikken of raar aanvoelen tijdens het poetsen. Hetgeen reden kan zijn om de veren bijvoorbeeld overmatig te poetsen of af te knippen/bijten.

 

Toch kan kortwieken het leven van een huiskamervogel een stuk aangenamer en veiliger maken. Vaak betekent het dat de vogel mee naar buiten mag en vaker uit zijn kooi komt. Ook is de kans op wegvliegen of in een hete pan terechtkomen kleiner als de vogel niet ver kan vliegen. Vaak ervaren eigenaren meer rust als ze weten dat hun vogel niet meer overal naartoe kan vliegen. Deze rust is niet alleen prettig voor de eigenaar, maar ook voor de vogel.

 

Afhankelijk van uw situatie en uw vogel, zijn er uiteraard meer specifieke voor- en nadelen te bedenken. Een richtlijn die aangehouden zou kunnen worden is de vraag of het leven aanzienlijk leuker is voor de vogel als deze gekortwiekt is of niet. Anders gezegd, geeft het de vogel meer vrijheid en veiligheid, is er eigenlijk geen verschil of heeft het kortwieken nadelige gevolgen voor de vogel.

 

Wat het besluit ook zal zijn, denk er in ieder geval goed over na wanneer u de vogel kortwiekt en waarom. Hoe oud is de vogel? Is hij al eerder gekortwiekt? In welke conditie is de vogel? Moet het kortwieken voorkomen dat hij van de meubels afblijft? Lopen er de hele dag kinderen in en uit en gaan deuren daardoor voortdurend open en dicht? Bent u bang dat hij tegen de ramen aanvliegt? Valt uw vogel u en/of uw huisgenoten aan? Blijft hij niet op zijn speelboom zitten? Welke andere mogelijkheden zijn er om ongewenst of gevaarlijk gedrag te voorkomen? Wat ontneemt u de vogel als u hem kortwiekt?

 

Het zijn zo maar wat vragen die nuttig kunnen zijn om over na te denken. Durf bij deze overdenkingen eerlijk te zijn naar uzelf én naar uw vogel. Bedenk dat u ervoor gekozen heeft een vogel in huis te nemen en, nog belangrijker, dat deze voor zijn welzijn en veiligheid afhankelijk is van de keuzes die u maakt. Laat deze in het belang zijn van de vogel.