De drang om te aaien …


Waar komt toch onze drang om een dier te willen aaien vandaan? Om deze vraag te kunnen beantwoorden is er al veel onderzoek gedaan naar het waarom van het fenomeen “aaien”. Godzijdank, aangezien de drang om te weten waarom, ook bij de mens hoort.

 

De uitkomsten van de diverse onderzoeken zijn niet mis. Het aaien van een dier zou een verlaging van de bloeddruk en het stresshormoon cortisol te weegbrengen. Het zou het groepsgevoel en de onderlinge band versterken, geborgenheid en ontspanning bieden én het levert ons een goed gevoel op als we zien dat een dier het fijn vindt om geaaid te worden. Alsof dat nog niet genoeg is, bevredigt het ook onze nieuwsgierigheid naar hoe een ander dier aanvoelt.

Kan een dier niet geaaid worden? Bijvoorbeeld omdat het in een aquarium/vijver leeft*. Dan moet het op zijn minst de moeite waard zijn om te bekijken. Mooi of lelijk, maakt dan niet eens zo heel veel uit.

Heeft u geen behoefte om een dier aan te raken? Dan luidt de conclusie: u bent bang of u houdt niet van de betreffende diersoort. Simpel.

Wil een dier niet aangeraakt worden? Ook simpel. Het is een bange poeperd, hij is vals, niet tam, stom, niet gesocialiseerd en in ieder geval geen leuk huisdier.

Kortom: wanneer een dier niet in de categorie aaibaar valt en niet de moeite waard is om te bekijken, om wat voor reden dan ook, heeft het dier een probleem.

Nog lastiger wordt het voor een dier wanneer soortgenoten zich wel laten aaien, knuffelen en optillen. De mens die denkt in mogelijkheden gaat er alsnog voor en forceert hier en daar een beetje. Of we geven het op en ….


Nu vraag ik mij af: in welke categorie vallen veel van onze papegaaien en parkieten? Wie het weet, mag het zeggen. Of onderzoeken, dat mag ook.








 

*En ja, ik weet dat Koi karpers zich graag laten aaien…