Partnergedrag - monogamie

Elke diersoort vertoont soorteigen gedrag. Dit is gedrag dat hoort bij de soort en heeft een genetische basis. Zoals een konijn graag graaft, een varken door de grond wroet, een kat zijn nagels ergens in zet, zo vertoont een kromsnavel ook soorteigen gedrag.

 

Veel papegaaien- en parkietensoorten kiezen een partner waarmee ze ook buiten het broedseizoen samenleven. Ze vormen een koppel en leven vaak, samen met hun jongen uit voorgaande broedseizoenen, binnen een grotere groep soortgenoten. Hoewel het ook voorkomt dat ze zich voortplanten met een andere partner dan degene waarmee ze buiten het broedseizoen samenleven. Ook zijn er soorten die niet monogaam zijn en die, gedurende een broedseizoen, paren met verschillende partners (bijv. de Edelpapegaaien).


Een groot deel van de kromsnavels die als huiskamervogel gehouden worden, zijn soorten die één vaste partner hebben waarmee ze een hechte relatie aangaan. Ze poetsen en voeren elkaar, brengen samen hun jongen groot en zijn samen tijdens het foerageren en slapen.

 

Deze behoefte aan een vaste partner is volkomen natuurlijk en kan zich uiten door in het huishouden een favoriete persoon te hebben. De redenen voor het kiezen van juist die ene persoon kunnen voor ons ondoorgrondelijk zijn. Hoewel de uitverkorene heel content kan zijn met de relatie die hij met zijn vogel heeft, kan het kwetsend en soms ronduit gevaarlijk zijn, als de vogel niks wil weten van de overige gezinsleden of deze zelfs agressief benaderd. Het is dan ook goed voor te stellen dat wanneer een papegaai of parkiet een gezinslid als partner kiest dit kan leiden tot (gedrags)problemen.

 

Algemene tips bij partnergedrag

  • Voorkom een partnerrelatie en houdt de relatie met uw vogel platonisch. Bijvoorbeeld door uw vogel niet aan te raken op andere plekken dan zijn kop en houdt kroelsessies beperkt tot korte momenten.
  • Vertoont uw kromsnavel partnergedrag in de vorm van eten opgeven, masturberen of vleugels wijd houden, zet hem dan terug op zijn kooi/speelboom.
  • Zorg voor een leefomgeving en een dag- en nachtritme dat hormonaal gedrag ontmoedigt. Denk hierbij o.a. aan een aangepast aantal uren daglicht, het aanpassen van de voeding qua hoeveelheid (gevarieerd maar niet te veel) en het weglaten van nestgelegenheid en/of materialen die nestelgedrag op kunnen roepen.
  • Partnergedrag bestraffen of proberen af te leren heeft over het algemeen geen effect en kan andere (gedrags)problemen veroorzaken.

Voor gerichte adviezen passend bij u, uw kromsnavel, jullie relatie en (leef)situatie kunt u contact met mij opnemen voor een gedragsconsult.

Houd er rekening mee dat een gedragsverandering een uiting van pijn of fysiek ongemak kan zijn.
Laat bij twijfel een lichamelijk oorzaak uitsluiten door een ervaren vogelarts..