Plukken - veerbeschadigend gedrag


Elke diersoort vertoont soorteigen gedrag. Dit is gedrag dat hoort bij de soort en heeft een genetische basis. Zoals een konijn graag graaft, een varken door de grond wroet, een kat zijn nagels ergens in zet, zo vertoont een kromsnavel ook soorteigen gedrag.

 

Het gaat in dit artikel over in principe normaal, natuurlijk kromsnavelgedrag. Doordat dit gedrag in frequentie of intensiteit afwijkt van het natuurlijke gedrag, ontstaat er een probleem voor de omgeving en/of de vogel zelf. Hiervan is in ieder geval sprake wanneer gedrag het fysieke en/of mentale welzijn van een dier aantast.

 

Wanneer een vogel tijdens het veren poetsen en verzorgen de veren plukt of beschadigt, is er sprake van veerbeschadigend gedrag. Dit gedrag kan zich op veel manieren uiten. Van het uittrekken van dekveren, het verwijderen van de baardjes van de slagpennen tot aan het afknippen van de staartveren. Het beschadigen van de huid kan hier ook bij horen (automutilatie).

 

De oorzaak van dit gedrag is niet altijd te achterhalen. Factoren in de omgeving, factoren in de vogel zelf, maar ook een combinatie van beiden kunnen een rol spelen. Bij omgevingsfactoren kunt u denken aan: chronische stress, een ongeschikte leefomgeving, eenzaamheid, verveling en frustratie. Factoren in de vogel zelf kunnen zijn: genetische aanleg, een verstoorde ontwikkeling in de jeugd (bijv. door ziekte), een beperkte socialisatie of lichamelijk ongemak/pijn.

 

De behandeling en/of omgang met veerbeschadigend gedrag is afhankelijk van de oorzaak van het gedrag. De eerste stap is het uitsluiten en evt. behandelen van een lichamelijke oorzaak. Wanneer het gedrag na een adequate behandeling blijft bestaan, is het zinvol om omgevingsfactoren die een rol kunnen spelen aan te passen. Het aanbieden van voldoende verrijking, goede voeding en het voorkomen van (chronische) stress, kunnen helpen om veerbeschadigend gedrag te stoppen of te verminderen.

 

Veerbeschadigend gedrag kan, ondanks alle getroffen maatregelen, blijven bestaan of in bepaalde periodes terugkeren.

 

Algemene tips bij veerbeschadigend gedrag en automutilatie

  • Laat uw vogel wanneer deze zichzelf beschadigt (automutileert), zo snel mogelijk onderzoeken en behandelen door een ervaren vogelarts.
  • Het gebruik van anti-pluk sprays, zalf e.d. helpt over het algemeen niet en kan het probleem erger maken. U brengt immers iets aan op de veren wat daar niet hoort. Alle reden voor uw vogel om (nog meer) aan de veren te zitten.
  • Gebruik alleen een kraag op advies van uw vogelarts en/of wanneer uw vogel de huid beschadigt.
  • Zorg voor een rijke en uitdagende leefomgeving die past bij de behoeften en het karakter van uw vogel.
  • Soms zijn vogels gebaat bij bepaalde medicatie (bijv. antidepressiva). Gebruik deze alleen op advies van een gedragstherapeut/dierenarts die hier ervaring mee heeft!

 

Voor elke gedragsverandering die u bij uw papegaai of parkiet ziet, geldt: laat eerst een lichamelijke oorzaak uitsluiten door een ervaren vogelarts.

Voor gerichte adviezen passend bij u, uw kromsnavel, jullie relatie en (leef)situatie kunt u contact met mij opnemen voor een gedragsconsult.